Een gesprek met Berret over het onderzoek van Henri Van der Heide


Juni 2009 door Tirillo

Er blijkt een verband te bestaan tussen het Gehaktfenomeen en Henri van der Heide, de voormalige onderzoeker van het geluidslaboratorium van de NOB. Over Van der Heide is door de Humanistische Omroep in 2003 een documentaire gemaakt. Deze documentaire in twee delen is op het internet nog te downloaden voor de geïnteresseerden. Het is niet bepaald een understatement dat de familie Van der Heide en andere betrokkenen niet bepaald gelukkig waren met deze documentaire. Mijns inziens heeft de documentairemaker de feiten achter de door de betrokkenen ervaren werkelijkheid geweld aan gedaan om met een verhaal te kunnen komen dat de nodige stof zou doen opwaaien. Hoog tijd dus om te achterhalen wat Van der Heide nu eigenlijk heeft uitgespookt en hoe onze gewaardeerde forumleden B. Gehakt en Berret verder zijn gegaan waar Van der Heide is opgehouden. B. Gehakt heeft inmiddels ook een boekje opengedaan. Aan mij de eer om zijn “partner in crime” Berret eens nader aan de tand te mogen voelen. Het onderstaande verhaal is het gevolg van onze communicatie over en weer.

Het is een stuk geworden dat mijns inziens het onderzoek van Henri van der Heide als baanbrekend laat kennen. Het is alleen heel erg ver verwijderd van de “mainstream” van het technisch wetenschappelijke onderzoek naar geluidsperceptie. Maakt dat het onderzoek minder wetenschappelijk? In mijn opvatting zeer zeker niet. Van der Heide is alleen op een fenomeen gestuit dat iedere vorm van welwillende ruimdenkendheid tart. Wel maakt het duidelijk dat wetenschappelijk onderzoek een fenomenologische basis heeft. Voor de niet ingewijden in het wetenschapsveld: zonder menselijke betekenisgeving is er geen wetenschap. De factor mens als subjectieve stoorzender elimineren uit onderzoek is niet alleen dom, het is totaal onzinnig. Zonder ervaring geen verklaring, zou je kunnen zeggen. Verwacht geen sluitende verklaring voor het fenomeen dat Van der Heide op het spoor is gekomen. Daarvoor is het nog veel te vroeg. Wel zijn er reproduceerbare manipulaties mogelijk, zoals ik bij mijn eigen set heb mogen ervaren. Er is met andere woorden een techniek ontwikkeld om op een andere plaats een geluidservaren mogelijk te maken, zoals dat in de concertzaal mogelijk is. Echte ingenieursvaardigheid dus in de registratie- en weergave van muziek. De fysisch wetenschappelijke verklaring is er nog niet en dat maakt het eigenlijk des te spannender. Niet in het minst voor de betrokkenen zelf, die zich op onontgonnen terrein hebben gewaagd. Zoals ieder onderzoek, levert ook dit onderzoek meer vragen op dan er vragen bij aanvang bestonden. De lezer zal een behoorlijk “open mind” moeten hebben om überhaupt iets met het onderstaande verhaal aan te kunnen vangen. Voor velen zal het verontrustend zijn, voor anderen geruststellend. Lees en huiver!

V: “Hoe heb jij Van der Heide leren kennen?

A: “Ik leerde Van der Heide kennen toen er begin jaren tachtig van de vorige eeuw op het geluidslaboratorium van de NOB een vergelijkende test werd gedaan tussen diverse CD-spelers. Het leuke was, dat de top van de Nederlandse audiopers was uitgenodigd, evenals gerenommeerde opnametechnici van Phonogram en een paar toptechnici uit het omroepbestand. Ik werd ook uitgenodigd en de uitslag was opzienbarend. In de dode kamer kon niemand ook maar enig verschil horen tussen al die spelers! Maar goed, er liep op die dag ook een man rond en die hield een demonstratie op zijn kamer met als onderwerp het verschil tussen twee versterkers. Dat was mijn eerste kennismaking met Van der Heide. Ik was toen al ruim tien jaar in dienst als hoofdtechnicus bij de toenmalige NOS.
Op zijn kamer was wèl echt wat te beleven. Van der Heide deed namelijk onderzoek naar het verschijnsel dat de eerste digitale opnamen die op CD verschenen, als koud en plat werden ervaren. Hij kon niet accepteren dat een apparaat met veel betere specificaties niet beter klonk dan een apparaat met mindere. Onderzoek volgde naar invloed van vervorming, filtering, fasegedrag, etc. Daaruit bleek dat er door vervorming en andere filtering wel waarneembare klankverschillen ontstonden, maar het geluid bleef hoe dan ook plat. Daarnaast was Van der Heide gefascineerd door een verschijnsel uit de zaalakoestiek. Wanneer we in een zaal de frequentie- en fasekarakteristiek meten van een te overbruggen traject met een lengte van bijvoorbeeld een meter of vijf, dan schrikken we als geluidstechnici van de meetresultaten. De kwaliteit van het geluid zou ernstig moeten zijn verstoord. Dat wordt echter niet zo ervaren, integendeel.”

V: “Dus als ik je goed begrijp was Van der Heide vooral geïnteresseerd in het verschil tussen de kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van geluidskwaliteit? Kun je ook nog even aangeven wat er nu precies aan de hand was op zijn kamer?”

A: “Precies! Er is in de geluidsleer een theorie over het richtinghoren. Deze theorie is gebaseerd op waarnemingen door levende personen en gebaseerd op tijds- en intensiteitsverschillen tussen beide oren. Tegenstrijdig aan wat de theorie stelt, is dat bij het dichtstoppen van één oor, in de tegenoverliggende hemisfeer nog wel degelijk richting te onderscheiden is. Probeer zelf maar!”

(Tirillo stopt zijn linkeroor dicht en vraagt Berret om een liedje te zingen en verdomd als het niet waar is, hij is nog steeds in staat om te horen waar Berret’s fraaie en doorleefde stemgeluid vandaan komt.)

A: “Wat tot nu toe onbevredigend verklaard is, is het fenomeen van ruimtelijk horen. Ruimte is richting èn afstand. Met name het ervaren van afstand is iets dat slecht wordt begrepen. Hoe horen wij nu de afstand tussen ons en de geluidsbron? Welke informatie en in welke vorm is die informatie daarvoor verantwoordelijk? Blijkbaar is er een discrepantie tussen de geluidsleer en de biologie van het horen. Op Van der Heide’s kamer kreeg je een hoofdtelefoon opgezet en kon je het verschil horen tussen een commerciële- en een zelfbouw versterker, allebei met specificaties die ruim binnen de HiFi-norm lagen. Verder was alles identiek: de bron, in dit geval een bandopname, en de hoofdtelefoon. De uitgangen van de versterkers waren gekalibreerd en gelijk tot op tienden van dB’s. Het was opvallend hoezeer de ruimtelijkheid meer aanwezig was op de zelfbouw dan op de commerciële variant. In het geluidsbeeld met de zelfbouwversterker was zowel richting als afstand te herkennen. Ook de muzikale boodschap kwam veel beter over. Je kunt je voorstellen dat mijn mond bij wijze van spreken openviel en dat ik daarna niet meer uit zijn kamer was weg te slaan.”

V: “Zeker, maar ik zeg zeker niets geks wanneer ik stel dat het ervaren verschil niet te meten was?”

A: “Dat klopt. Van der Heide heeft wel een theorie bedacht die in de praktijk tot reproduceerbare resultaten leidt, zij het dat je (nog) niet de gebruikelijke meetmethoden kunt toepassen om te zien of het systeem aan die eisen voldoet. De theorie heeft als uitgangspunt dat er in het natuurlijke horen ergens op de geluidsdrager informatie zit die de “cues” geeft voor wat betreft afstand. Ruimteperceptie bestaat, zoals gezegd uit richtings- en afstandinformatie. Deze afstandsinformatie is dus van essentieel belang als we een natuurgetrouw geluidsbeeld uit onze luidsprekers willen halen. Sterker nog, bij een live gebeuren krijgt men een sterk gevoel van betrokkenheid en kan men de gemoedstoestand van de musicus horen. Verder kan de beleving sterk emotionele reacties oproepen en dat enkel door luchttrillingen.”

V: “Sorry dat ik je ontroerende verhaal onderbreek, maar wat is dat dan, dat fenomeen waardoor wij als mensen in staat zijn om de zaken die je noemt te ervaren?”

A: “Van der Heide noemt al deze elementen structuurinformatie. Dit is informatie die de context van het muziekgebeuren weergeeft waardoor het mogelijk wordt voor een mens om zowel richting, afstand en betekenis aan geluid toe te kennen.”

V: “Waar zit die structuurinformatie in het geluid verborgen en hoe draag je dat over op een elektrische keten?”

A: “Om eerst nog even op de normale meetgewoonten terug te komen. Alle metingen die normaliter aan apparatuur worden verricht zijn kwantitatieve metingen en de correlatie tussen die metingen en de uiteindelijke gehoormatige kwaliteit van de apparatuur is al jaren punt van discussie, zie de “vete” tussen buizen en transistor liefhebbers …”

V: “Deze discussie geloof ik verder wel, de lezers zullen harde bewijzen willen zien en niet overtuigd raken van wat “circumstantial evidence”. Voor de dag ermee: hoe kunnen we vaststellen dat deze structuurinformatie bestaat?”

A: “Hier komt de “biologie” van de weergaveketen om de hoek kijken. Ga even uit van het vergelijken van een live situatie en de opname hiervan. Als je geen diepte of slechts beperkt diepte in je weergaveketen hoort, ontbreekt schijnbaar de structuurinformatie of wordt deze geblokkeerd. Je zou dan kunnen zeggen dat de keten niet voldoet aan de biologische wetmatigheden van het zintuiglijk waarnemen van geluid. Als je nu er in slaagt om de keten op een zeker “biologisch” niveau te brengen, kun je dan die diepte en de emotie wel ervaren? Wat gebeurt er precies in je weergaveketen zodat je de structuurinformatie niet of te weinig hoort? Je kunt je voorstellen dat dit soort dingen nog niet te meten zijn met wat voor hedendaags meetinstrument dan ook.”

V: “Leuk hoor dat je zelf hier de vragen probeert te stellen om de aandacht af te leiden, maar ik dacht dat ik de vragen mocht stellen en voorlopig ben ik nog niet overtuigd. Ik zal de vraag nog een keer stellen: hoe kunnen we vaststellen dat deze structuurinformatie bestaat? Nu wil een antwoord en anders houd ik het voor gezien en kom a.u.b. niet aan met de constatering dat dubbelblinde luistertesten niet werken. Ik heb ook zo mijn principes.”

A: “Van der Heide had twee identieke weergaveketens gebouwd met als enig verschil dat er eentje was omgebouwd. Hiermee was het heel gemakkelijk om A-B vergelijkingen te doen. Het grote probleem in het begin van het onderzoek was echter de kalibratie. De omgebouwde set klonk, als de boel correct en volstrekt gelijk afgesteld stond, veel luider dan de niet omgebouwde. Desondanks gaf de meetmicrofoon duidelijk aan dat de geluidsniveaus hetzelfde waren. Ook voor sinusvormige meettonen!”

V: “Ik mag aannemen dat het vermeende verschil in geluidsniveaus ook blind is onderzocht?”

A: “Dat klopt. De resultaten waren zodanig dat een kans op goed gokken vrijwel uitgesloten was. De onderzoeksresultaten heb ik echter niet ter inzage liggen.”

V: “Waarom verbaast me dat niets? OK, ik geef je voorlopig het voordeel van de twijfel dat Van der Heide iets significants op het spoor gekomen is, hoewel ik nog steeds niet begrijp wat de substantie is van deze structuurinformatie. Ik zal echter pas wezenlijk overtuigd zijn wanneer de resultaten gepubliceerd zijn in een aansprekend wetenschappelijk tijdschrift met een “double blind review” procedure. Wat is nu precies het probleem van bestaande registratie- en weergaveapparatuur in het licht van de doorgifte van structuurinformatie?”

A: “Het betekent dat de microfoon of luidspreker “transparant” moet zijn voor structuurinformatie en zich niet als zelfstandig geluidsweergevend systeem mag manifesteren. Als er een vrachtauto hier door de straat rijdt, dan hoor ik hoever die auto van mij verwijderd is, terwijl de echte weergever zogezegd de glazen ruit is. Ik ervaar de ruit echter NIET als de geluidsbron. Als ik een luidspreker in een gat in een betonnen muur monteer en ik geef daar muziek op weer, dan hoor ik een luidspreker in een muur, ik hoor nu de luidspreker WEL als geluidsbron. Schijnbaar is glas tot op zekere hoogte akoestisch transparant en een werkende luidspreker niet. Dat betekent dat die luidspreker tussen mij en de geluidsbron instaat, maar ik wil de luidspreker niet horen. Ik wil de afbeelding van de concertzaal en de daar aanwezige diepte in het geluid horen!”

V: “Hoe krijg je dat voor elkaar?”

A: “De onderliggende vraag is wat er nu precies gebeurt in de opname- of weergaveketen zodat je de structuurinformatie niet of te weinig hoort. Dat was waar Van der Heide onderzoek naar deed en hij constateerde dat daar twee dingen voor verantwoordelijk zijn: (a) de apparatuur blokkeert de structuurinformatie of (b) de apparatuur vervangt de structuurinformatie. Je kunt je het volgende voorstellen. Iedere keten waar een stroom doorheen loopt, is omgeven door een magnetisch veld. Daar gelden de gewone natuurkundige wetten voor. Daar kan en wordt ook helemaal niets aan afgedaan. Sterker nog, ook in ons onderzoek maken we gewoon gebruik van alle mogelijkheden die de natuurwetten ons bieden om de structuurinformatie te beïnvloeden! Welnu, dat magnetisch veld doordringt de omringende materialen. Alle materialen hebben zogezegd een eigen structuur, aluminium is geen koper en ijzer is geen water. Zou het nu zo zijn dat een voor de mens giftig materiaal, bijvoorbeeld kwik, zijn structuur kan meedelen aan een stroomvoerende geleider die toevallig in de buurt loopt en zo ja, kunnen we dat dan ervaren? Ja, dat kunnen we ervaren als een soort hardheid in het geluid en we ervaren dat des te meer naarmate de installatie akoestisch transparanter is. Dit wil niet zeggen dat een-en-ander meteen hoorbaar is op elke installatie, hoe duur ook. Prijs doet in dit geval niet ter zake, de gebruikte materialen in de keten bepalen de mate waarin structuurinformatie wordt doorgegeven.”

V: “Wat heeft Van der Heide’s onderzoek in deze opgeleverd?”

A: “Wat van der Heide onder andere ontdekt heeft, is een manier om structuuroverdracht te bewerkstelligen en verder zijn er materialen ontdekt die verstorende structuurinformatie kunnen compenseren of elimineren. Hier komen natuurlijke materialen voor in aanmerking, de beruchte kurk, lijnolie en bijenwas. Er is echter een groot “mits”aan het gebruik van deze materialen: aangezien het om structuurinformatie gaat, moeten de vorm waarin deze materialen als afscherming c.q. compensatie gebruikt wordt ook aan de daarvoor te stellen criteria voldoen. Zomaar een stukje kurk om een trafo plakken heeft slechts een beperkt nut, zoals alles in dit onderzoek, we kregen niets voor niets. Kurk heeft de eigenschap om magnetische velden te ”zuiveren”, maar wat te denken van de lijm die in deze kurkplaat gebruikt is? Is het middel niet erger dan de kwaal? Idem dito met de olie, welke olie en hoe controleer je de werking hiervan? Het is een heidens karwei geweest om dat allemaal uit te zoeken.”

V: “Dat kan ik me heel goed voorstellen. Er is een hoop gedoe geweest op het forum over de heilzame werking van koolstof op de geluidsbeleving. Kun je daar misschien iets over zeggen?”

A: “In het vergelijk tussen de twee versterkers was één ding zeer opvallend: de professionele versterker had allemaal metaalfilmweerstanden, de zelfbouw had koolweerstanden …”

V: “Hoe kwam Van der Heide erbij om juist deze ouderwetse meuk te gebruiken?”

A: “Wel, heel simpel. Zijn zoon had voor de lol een buizenversterkertje gebouwd en die klonk behoorlijk ruimtelijk. Daar zat een aanwijzing die Van der Heide onmiddellijk oppikte. Alles was met koolweerstanden uitgevoerd en de gebruikte interlink was een goedkoop kabeltje wat in de muziekwereld gebruikt werd als gitaarsnoer. Dit snoer had onder de afscherming een manteltje van koolhoudende kunststof. Daar is Van der Heide verder mee geen experimenteren en al snel kwam hij tot de conclusie dat het digitale domein an sich niet het probleem is, maar eerder de vertaling van en naar het analoge domein. Als alle weerstanden vervangen werden door kooltypes, nam de ruimtelijkheid sterk toe. Echter, zelfs hier was Van der Heide nog niet tevreden mee, want waarom klinkt kool beter dan een eventueel ander materiaal? De oplossing is, als je het weet, redelijk eenvoudig. Denk aan mijn opmerking in het begin over de biologische voorwaarden van een goede weergaveset. In de levende natuur is alles opgebouwd uit koolstofverbindingen. Kool blijkt dus een onontbeerlijke stof te zijn voor levensprocessen. Als we die kool nu zo kunnen manipuleren dat de geluidsinstallatie biologische trekjes krijgt, wat gebeurt er dan en hoe doe je dat dan in godsnaam? Dat kan op diverse manieren, allen vrij simpel, maar ook weer aan strikte voorwaarden gebonden. Jammer, maar helaas in deze materie krijg je niets voor niets. Zoals Van der Heide bekend maakte, zowel op demonstratiebijeenkomsten als via de documentaire “Geluid dat niet mag” van de Humanistische Omroep, gebruikte hij daar het magnetisch veld voor. Er zijn echter meer mogelijkheden. Mits op de juiste wijze gedaan, ontvangt de kool als het ware de opdracht om de negatieve invloeden van verkeerde materiaalkeus en/of verkeerde invloed van magnetische velden te compenseren. Daardoor klaart het gehele geluidsbeeld op. De mogelijkheid tot manipuleren van kool door het magneetveld is eigenlijk het meest wezenlijke aan Van der Heide’s vinding.”

V: “Wacht even, dus als ik het goed begrijp, manipuleerde Van der Heide met een magneetveld de koolweerstanden zodanig dat ze in staat waren om het verlies aan structuurinformatie te compenseren?”

A: “Ja, deze stap bleek essentieel om tot een akoestisch transparante opname- en weergaveketen te komen. Het resulteerde in een enorme ruimtelijkheid van het geluidsbeeld. Zo bleek het niets meer uit te maken wanneer iemand voor één van de luidsprekers stond. Het geluidsbeeld werd er gewoon op geen enkele manier door beïnvloedt. Ook lage tonen werden heel natuurlijk en vol weergegeven. De hoge tonen hadden niet meer de kenmerkende agressiviteit van veel toenmalige digitale opnamen, wat resulteerde in een veel natuurlijkere weergave van bijvoorbeeld strijkers. Verder leek de signaal-ruisafstand in vergelijking met de niet omgebouwde set veel groter. De ruis was opvallend minder sterk. Meetbaar was er echter helemaal niets veranderd.”

V: “Naast de kool is er, je refereerde er zelf al aan, veel te doen op het forum over het gebruik van kurk, lijnolie en bijenwas. Wil je nog ingaan op de werking van deze natuurlijke materialen?”

A: “Je kunt je voorstellen dat wanneer je kool kunt manipuleren met een magneetveld, dan kunnen sterke magneetvelden deze werking ook teniet doen. In deze fase van het onderzoek heb ik een klein steentje bijgedragen. Het idee om magneetvelden te compenseren, repareren zo je wilt, met kurk komt van mij af. Ik deed in die tijd natuurlijk driftig mee aan alle experimenten en kwam bijna dagelijks bij Van der Heide. Op een gegeven moment vond er een interne verhuizing plaats en als gevolg daarvan kreeg Van der Heide een veel grotere kamer. Deze kamer beschikte over synthetische vloerbedekking en tafels met een formica blad. Beiden hadden desastreuze gevolgen voor het geluid. Even terzijde: er werd speciaal voor Van der Heide kabel gemaakt door de Duitse firma E&E, waaronder luidsprekerkabel, microfoonkabel en multikabel. Alles volgens zijn specificaties. Het bleek dat de luidsprekerkabel, ondanks dat die voorzien was van een behandelde koolmantel, last had van het formica tafelblad. Het magnetisch veld van de kabel ging door het formica heen en werd negatief beïnvloed zodanig dat de structuurinformatie moeilijker doorkwam. Het bleek dat een boek tussen het tafelblad en de snoeren de situatie weer herstelde. Ik heb toen voorgesteld om dat eens met kurk te doen en dat bleek een schot in de roos. Verder bleek dat het netsnoer over de vloerbedekking liep en je raad het al, dat had ook een negatieve invloed op de klank. Niet groot, maar duidelijk waarneembaar in de ruimtelijke afbeelding en, erger, in de beleving van de muziek. We hebben toen de ringkerntrafo voorzien van een plaatje kurk. De rubberen tussenring werd gewoon vervangen door kurk en het probleem was opgelost. De kurk, daar kwamen we net op tijd achter, moest ook weer aan bepaalde eisen voldoen. Niet alle kurk is door de gebruikte lijm even geschikt. Ook hier moet je weer testen en controleren en krijg je niets voor niets. Wat verder nog van belang is, is dat alle kurk, lijnolie en bijenwas op een speciale manier behandeld moeten zijn. Dat zeg ik niet om iemand te ontmoedigen, wel om te waarschuwen dat de resultaten bij toepassing zonder deze behandeling een stuk minder zullen zijn. Desalniettemin is iedereen van harte uitgenodigd om er mee te experimenteren, graag zelfs. Hoe deze behandeling plaatsvindt, geef ik echter niet prijs. Tenslotte zitten er jaren van research achter, dus …”.

V: “Oef, dat is me allemaal nogal wat zeg, het duizelt me gewoon. Hoe werd er door andere medewerkers van het geluidslaboratorium op het onderzoek gereageerd?”

A: “Ondertussen hadden zich op het laboratorium twee kampen gevormd. De andere ingenieurs waren tegen en vonden het maar niets, ze eisten van Van der Heide een verklaring die gestoeld was op de natuurwetten zoals iedereen die kent en die zo mooi tot uitdrukking komen in de elektromagnetische wetten van Maxwell. Daarbuiten werd gewoonweg geen verklaring geaccepteerd. Zelfs wanneer een deskundige werd geconfronteerd met de akoestisch transparante- en intransparante weergaveketen, verliet deze de kamer hoofdschuddend, juist omdat het resultaat op geen enkele wijze paste in de bestaande theorievorming. (Waar ken ik dit fenomeen trouwens nog meer van?) Medewerkers uit de lagere echelons waren echter zeer enthousiast en velen hebben heel vaak en met plezier bij Van der Heide geluisterd. Er was zelfs een hoogfrequent-technicus die zijn CD’s door Van der Heide op cassette liet zetten, want op Van der Heide’s omgebouwde cassetterecorder klonk het veel ruimtelijker. Die verschillen waren inderdaad zeer groot.”

V: “Excuses voor deze tussenvraag. Graag nog even terug naar het gebruik van de natuurlijke materialen.”

A: “Het verhaal van de olie heeft een heel andere oorsprong en dat klinkt een beetje als een spannend jongensboek. Toen Van der Heide hiermee begon kwam hij achter een publicatie van een Duitse monnik, waarschijnlijk nu overleden, die toen al achter in de tachtig was. Deze man had geconstateerd dat opnamen op analoge apparatuur niet de beleving van de werkelijkheid gaven die hij zich wenste. (Waar kennen we dit van?) Hij heeft toen onder andere geëxperimenteerd met olijfolie en liet ter plaatse de microfoonsnoeren door een oliebad lopen. Dat gaf een wezenlijke verbetering en er schijnen ook opnamen door de WDR mee gemaakt te zijn. Deze olie was behandeld op een iets andere wijze dan Van der Heide deed en had een nare eigenschap, namelijk dat iedere verstoring in de olie door schudden of roeren onmiddellijk het effect grotendeels teniet deed. Dat hebben wij uiteraard ook geprobeerd en bleek inderdaad zo te zijn. Je begrijpt dat we naar mogelijkheden gezocht hebben om dit verschijnsel te onderdrukken, of liever gezegd, te omzeilen en daar zijn we in geslaagd. Ook hier geldt: niet alle olie is bruikbaar, indien toegepast zonder behandeling geeft het een duidelijk minder resultaat. Even terzijde: de olie mag de gebruikte materialen in de apparatuur niet aantasten en werd ook nooit op bewegende onderdelen gebruikt. Alle “gehaktificeerde” apparatuur die door B. Gehakt zijn gedaan of onder zijn auspiciën, voldoet hieraan!”

V: “Fijn, dat is een hele geruststelling. Heb je nog wat interessants te melden over de bijenwas?”

A: “Zekers, maar dat doen we wellicht een andere keer.”

V: “Toen Van der Heide druk was met zijn onderzoek, was je werkzaam als opnametechnicus als ik goed geïnformeerd ben. Kan me voorstellen dat je zeer geïnteresseerd was in de toepassing van deze inzichten aan de registratiekant van muziek?”

A: “Dat mag je wel zeggen ja. Mede door mijn toedoen zijn er toen microfoons omgebouwd, maar liefst 4 paartjes B&K 4016 en 5 paar B&K 4013, als ik me de types goed herinner. Hiervan zijn de meesten uiteindelijk gestolen! Verder is er een complete regeltafel omgebouwd, een studiorecorder, Telefunken M15, een complete digitale opnameset bestaande uit een PCM601 en een Umatic-recorder. De eerste omgebouwde microfoons werden getest in de Pieterskerk in Utrecht, een kerk die ik goed kende, omdat ik daar al jaren concertregistraties deed voor onder andere de NPS en de KRO. Het geluid van die microfoons viel echter tegen, de ruimtelijke indruk die deze dingen normaliter in een concertzaal gaven, was totaal afwezig. Het klonk als gemiddelde amateuropnamen, niets ten nadele van amateurs, maar vaak kunnen die niet de microfoons op de goede plek zetten. Microfoons werken anders dan oren, dus moeten ze op de beste plek voor die toepassing neergezet worden, ook hier speelt natuurlijk persoonlijke smaak een rol. Maar goed, als de omgebouwde microfoons op de plek neergezet werden waar ook normale microfoons zouden staan, was het wel OK, maar niet echt beter dan met de gewone. We waren toen al wel gewend aan het fenomeen dat omgebouwde microfoons wat verder weg geplaatst moesten worden, maar dat bleek niet te helpen. Ook hier bleek de Duitse monnik uitkomst te bieden. Deze man heeft namelijk ook ontdekt waarom in sommige kerken de akoestiek zo beroerd is en wat daar mede aan ten grondslag ligt. Hij had een originele oplossing: hij spande koperen draden van voor naar achteren door de kerk en ook daar schijnen door de WDR goede resultaten mee behaald te zijn bij opnamen. Van der Heide heeft daar met de monnik een briefwisseling over gehad en is uiteindelijk tot een eigen oplossing gekomen voor akoestische problemen in specifieke kerken met het oog op de doorgifte van structuurinformatie.”

V: “Er zijn dus akoestische problemen specifiek voor kerken. Dat komt op mij eigenlijk als totaal onzinnig over. Waaruit bestond de oplossing dan die is ontwikkeld?”

A: “Eigenlijk heel simpel en daarom ga ik het niet vertellen. Daar speelt een beetje eigenbelang mee, maar veeleer het idee dat deze kennis, die tot voor kort eigenlijk niet of verminkt aanwezig was, een dermate grote negatieve invloed op mensen kan hebben dat deze kennis maar beter weer verloren kan gaan. “Sommige dingen kunnen beter in het laboratorium blijven” was een gevleugelde uitspraak van mijn eerste werkgever, waar ik in de zeventiger jaren TV’s repareerde. Ook toen waren de meeste TV programma’s al niet veel soeps, …”

V: “Wat dacht je ervan om weer on topic te gaan, je lijkt wel een echte AudioFreak!”

Berrret: “Ik volsta met de constatering dat in deze kerken een aantal specifieke punten kunnen worden aangetroffen die roet in het eten gooien. Deze punten vormen de begrenzing van twee of drie lijnen die bij mensen een instinctieve weerstand moesten oproepen om deze lijnen te overschrijden. De oude priesters wisten blijkbaar wat ze deden. Op onze beurt kunnen we deze punten, en dus deze lijnen, weer ongedaan maken. Dat deden we in het begin met koperen ringen die gevuld waren met “actieve” kool, daarna, toen de aard van de vroeger verrichtte handelingen duidelijker werd, met andere stoffen. Ook daar ga ik overigens niet op in. Feit is dat door deze behandelingen de akoestiek van de Pieterskerk behoorlijk verbeterde, terwijl er geen stip of jota veranderd is in materieel opzicht.”

V: “Zijn er nog meer kerken in Nederland op deze manier behandeld?”

A: “Een jaar of 10 geleden deed ik samen met een collega de opnamen van een festival van de KRO, Musica Sacra in Maastricht. Ik heb buiten zijn medeweten in de OLV Kerk een experimentje gedaan en even later kwam hij verontwaardigd naar me toe. Hij klaagde dat zijn klankbeeld in een paar minuten tijd zodanig was veranderd, dat hij zijn hoofdmicrofoons verder naar achteren moest zetten juist terwijl het koor op het punt stond om met de microfoonrepetitie te stoppen. Vond hij niet echt leuk, kan ik je vertellen. Hij had nog precies drie minuten om een nieuw standpunt te zoeken. Mijn aanbod om de situatie te herstellen wees hij af, bang om dan helemaal verkeerd uit te komen. Afijn, na het concert heb ik alles toch maar in de oude staat teruggebracht. Klinkt een beetje als een “duimzuigstory”, maar je mag de collega bellen. Van der Heide heeft veel van die experimenten zelf ook gedaan en door uitwisseling van ervaringen zijn we veel te weten gekomen.”

V: “Het spijt me zeer, maar zo langzamerhand bekruipt me het gevoel alsof ik met een Jomanda met snor zit te praten. Ik krijg een beeld voor me alsof je met een wichelroede door de Pieterskerk hebt gelopen om de akoestiek demonen te verdrijven. Laat me toch niet lachen man, dit is toch nauwelijks serieus te nemen. Je leeft in een waanwereld! Je moet scriptschrijver worden voor films. Ik weet zeker dat je met een “Van der Heide Code” flink gaat scoren.”

A: “Zeker als je als vrouwelijke hoofdrolspeelster een mooie nachtzuster weet te vinden. Zonder ongein, Van der Heide is er in mijn beleving in geslaagd om een brug te slaan tussen de natuurkunde en de natuurgeneeskunde. Dat is behoorlijk fundamenteel en daarom roept het ook zoveel weerstand op. In Van der Heide’s opvatting wordt er structuurinformatie doorgegeven met het zwaartekrachtveld, het elektrisch veld en het magnetisch veld. Deze velden werken natuurlijk niet onafhankelijk van elkaar. Van der Heide is voornamelijk bezig geweest met structuuroverdracht in kool via het magnetisch veld. Dit heeft mijns inziens een paar zeer ernstige bezwaren. Door de manier van behandelen wordt er als het ware een stukje persoonlijke informatie in de kool opgeslagen en deze kool is onherroepelijk met de behandelende persoon verbonden. Dat lijkt niet ernstig, maar stel het volgende voor: een behandelde koolweerstand wordt vlakbij een trafo gesoldeerd. Het veld van de trafo is niet sterk genoeg om de persoonlijke informatie te wissen, maar wel sterk genoeg om de vervuilde structuurinformatie vanuit het lichtnet op de koolweerstand te projecteren. Zolang deze trafo aan het lichtnet hangt, gaat deze projectie door. Is het dan mogelijk dat de behandelaar hier iets van merkt? Tot mijn grote spijt en tot mijn grote schrik, ja dat gaat ONHEROEPELIJK gebeuren. Dat is één van de redenen dat de gehaktificatie niet met de door Van der Heide ontwikkelde methode gebeurt. Tevens is het ook een belangrijke reden dat ik niet verder dan voor eigen persoonlijk gebruik deze techniek heb toegepast.”

V: “Wat zeg je me nu? Is er sprake van een soort “terugwerking” tussen de materie die is behandeld en de behandelaar? Het lijkt wel kwantumfysica op formica keukentafel niveau.”

A: “Ja het is bizar, en in deze fase van het onderzoek kwam B. Gehakt om de hoek kijken. Die wilde hier ondanks de terugwerking toch wat mee doen. We hebben onderzocht wat voor mogelijkheden er nog meer zijn om materie te manipuleren voor de doorgifte van structuurinformatie en, belangrijker, om te achterhalen of deze niet terug zouden werken. Er bleken meerdere mogelijkheden te zijn. We hebben namelijk nog het elektrisch- en het zwaartekrachtveld. Zijn die te gebruiken en zo ja, hoe dan? Ja, die bleken te gebruiken, maar weer met de nodige voorzorgsmaatregelen en altijd weer met de controle of er iets terugwerkt of dat er iets negatief uitpakt. Denk erom, ook hier heeft iedere handeling een positieve en een negatieve kant! Wij zijn egoïstisch en willen alleen de positieve kant. Dan hebben we nog het probleem van de altijd aanwezige invloed van verstorende of vervuilde velden. Eigenlijk zijn die vervuilende invloeden terug te voeren op het geen enkel benul hebben van de onopzettelijke vervuiling van deze velden. Als er in de energieproducerende sector geen vervuilende materialen meer zouden worden toegepast, dan zou er veel gewonnen zijn! Deze altijd aanwezige energierijke toevoer moet gestopt worden voor een leuk geluid uit de apparatuur. Dat kan alleen met materiaal dat lange tijd bestand is tegen deze invloeden. Dat zijn weer de beruchte kurk, lijnolie en bijenwas, maar ook daar zit een begrenzing aan de werkingsduur en ook daar komen soortgelijke problemen om de hoek kijken als bij kerken. Deze structurering of ordening houdt het eeuwen vol, terwijl de omgeving steeds vuiler wordt. Daar hebben we de sleutel gevonden tot behandeling van de kurk, lijnolie en bijenwas.
Hier geldt ook dat deze oude kennis niet correct in de boeken staan en we hebben danig moeten incasseren voor we precies wisten wat er aan de hand is en hoe te handelen. Het staat u allen vrij te experimenteren, maar weest gewaarschuwd! Ik kan iedereen uit ervaring verzekeren, dat de sluipende processen die plaatsvinden als je de handelingen niet juist verricht, je gezondheid langzaam maar zeer zeker zullen ontwrichten en vaak zeer moeilijk of niet omkeerbaar zijn. Je wordt meteen op je zwakke punten gepakt. Even terug, we willen alleen de positieve kant en we willen geen terugwerking en bovendien zou het aardig zijn dat we de altijd aanwezige vervuiling permanent konden bestrijden. Dat laatste hebben we bereikt en daarna heeft B. Gehakt zich op AudioFreaks.nl als lid geregistreerd.

V: “Waarom zijn jullie met het fenomeen in de openbaarheid getreden?”

A: “Nu Van der Heide om gezondheidsredenen zo goed als uitgeschakeld is, hetgeen ik zeer betreur, kan hij zijn werk niet meer voortzetten. Uit zijn hele houding bleek, hij heeft het ook dikwijls gezegd, dat zijn motivatie was om “mensen mooie dingen te laten ervaren”. Wij hebben de handschoen opgepakt die hij noodzakelijkerwijze heeft moeten laten liggen en wij zien het min of meer als onze plicht om dit streven uitvoerbaar te maken.”

V: “Helder. Nu ik je verhaal heb aangehoord, kan ik niet anders concluderen dan dat de materie waar eerst Van der Heide en daarna jullie je mee hebben beziggehouden ook doorwerkt tot op het gezondheidsniveau van mensen. Hoe kun je garanderen dat muziekliefhebbers met een gehaktificeerde geluidsinstallatie geen gezondheidsrisico’s lopen?”

A: “Goede vraag. Ik heb op de valkuilen gewezen in dit verband en het is dan ook onze plicht om bij modificaties goed te zorgen dat er geen terugwerking optreedt, niet naar onszelf en vooral niet naar een klant. Er wordt op dit gebied al veel te veel uit puur onbenul schade aangericht. Juist door onze kennis zijn we in staat om deze gezondheidsrisico’s uit te schakelen. Ik ben openhartig geweest over bepaalde zaken en ik wil tegen iedereen zeggen die op dit gebied wil experimenteren: WEES VOORZICHTIG. Ik heb helaas tot mijn schade diverse malen moeten ervaren dat deze materie geen kattenpis is. Je moet je goed realiseren dat de meeste handelingen wel terug te draaien zijn, de gevolgen echter NIET.”

V: “Ik zit nog met een kwestie in mijn maag. Helaas is er de laatste weken een hoop heisa ontstaan rondom één van onze meest gewaardeerde forumleden KT88. Niet zozeer op AudioFreaks.nl, maar wel op het buurforum hififorum.nl. Kun je aangeven hoe KT88 bij jullie experimentele onderzoek betrokken is geraakt?”

A: “B. Gehakt heeft geen uitgebreide elektrotechnische achtergrond, wel een uitstekend gevoel voor deze materie, en hij wilde zijn nek uitsteken om de vinding bekend te maken. Zelf beschik ik over voldoende technische kennis om eventueel reparaties aan gemodificeerde apparatuur uit te voeren, maar dat is moeilijk te combineren met mijn huidige werkzaamheden. Er bleek dus iemand nodig die, buiten het feit dat hij zeer betrouwbaar is, ook voor zijn beroep apparatuur modificeert en repareert. B. Gehakt heeft KT88 door het forum leren kennen en in gezamenlijk overleg hebben wij besloten hem te vragen of hij ons hiermee zou willen helpen. Daar ging KT88 zonder enige aarzeling op in en ik moet zeggen zelden zo’n ter zake kundig iemand getroffen te hebben. Daarnaast beschikt hij door zijn levenservaring ook nog over een “open mind” voor dingen die niet meteen vanuit de natuurkunde verklaard kunnen worden. Het is namelijk voor ons ook van groot belang dat, mochten er problemen komen in technische zin met gemodificeerde apparatuur, er bij de reparatie ook een duidelijk besef aanwezig is voor wat betreft de gebruikte materialen en de gebruikte extra koolweerstanden. Over deze weerstanden nog het volgende. Het is de bedoeling dat deze geen enkele invloed hebben op de normale technische werking van een apparaat. Dat is de reden dat de koolweerstanden zeer hoogohmig zijn. Dat geeft weleens verwarring, want wat doet nu een weerstand van 10 Megaohm parallel aan een 50 Ohms uitgang? Niets dus, althans niet in de elektronische zin.”

V: “Even terug naar de vraag a.u.b.”

A: “Ja, mijn excuses. B. Gehakt heeft zijn set gemodificeerd en mensen uitgenodigd om te komen luisteren. De opzet was eigenlijk om eerst een complete set ter beluistering aan te bieden, maar dat bleek om praktische redenen niet zo goed haalbaar. Toen kwam hij met het idee op de proppen om geheel kosteloos bij forumleden wat modificaties te doen. Met echter één restrictie: hij aanvaard geen aansprakelijkheid voor het technisch correct functioneren van het apparaat. Hij test de installatie niet bij binnenkomst en ook niet na de modificatie. Het is echter gebleken dat niet alle apparatuur zich even goed leent om zonder elektronische aanpassingen voldoende transparantie te hebben voor de structuurinformatie. Dat is ook een hele belangrijke reden dat KT88 in het project betrokken is. Zijn eigen ontwikkelingspad heeft hem geleid naar schakelingen, zowel in het analoge- als in het digitale domein, die uit zichzelf al akoestische transparantie bleken te bezitten. Hij heeft dus duidelijk gevoel voor de materie. KT88 weet nu van de hoed en de rand en zal niet ongevraagd een modificatie in deze zin uitvoeren. Alles gaat in overleg. Ik waardeer het zeer dat KT88 hiervoor zijn nek wil uitsteken, hij loopt immers het gevaar dat zijn integriteit in twijfel wordt getrokken. We hebben dan ook de volgende procedure met elkaar afgesproken. Eventuele aanvragen voor modificatie worden door de klant bij B. Gehakt ingediend. Indien nodig beoordeelt KT88 de geschiktheid van een apparaat voor de modificatie en eventueel stelt hij aanpassingen voor. Gedurende het hele proces blijft B. Gehakt het aanspreekpunt voor de klant. KT88 stelt er prijs op, gezien zijn andere werkzaamheden, om bij de modificatie slechts een uitvoerende schakel te zijn en geen contactpersoon of informatiebron.”

V: “Ben blij dat deze kwestie is opgehelderd. Wat is op dit moment de stand van zaken en wat zijn de toekomstplannen, if any?”

A: “Nou we vormen een driemanschap, waarbij mijn rol eigenlijk alleen op de achtergrond speelt. Ik zit aan de opnamekant en heb niet zoveel bemoeienis met de weergavekant. B. Gehakt en ik overleggen vaak, maar B. Gehakt is de man die naar buiten toe zijn nek uitsteekt. Hij is bezig te onderzoeken of er in de toekomst toch een complete set kan worden aangeboden. Deze set moet geheel voldoen aan onze eisen en bovendien betaalbaar zijn voor de muziekliefhebber met de smalle beurs. KT88 is de man die in de ontwikkeling van zo'n set een grote rol kan spelen en in geval van service die ook kan verlenen.”

V: “Tot slot wil nog even de grote onduidelijkheid rondom het experiment van 4 januari aan de orde stellen. Wat hebben jullie nu precies gedaan?”

A: “Dat heeft inderdaad nogal de nodige commotie opgeleverd. Het experiment was bedoeld om te onderzoeken of er iets over een bepaalde afstand te beïnvloeden valt. Om een tipje van de sluier op te lichten: ja, dat kan en zelfs boven verwachting.”

V: “Je begrijpt dat ik er nu nog veel minder van begrijp. Zeer bedankt daarvoor! Ik ben inmiddels totaal “flabbergasted” en weet eigenlijk niet meer waar ik het zoeken moet. Mijn hele “Weltanschauung” staat op losse schroeven. Ik stel voor om er een eind aan te breien meer kan ik op dit moment niet bevatten en ik ben aan het eind van mijn vragenlijst gekomen. Wil je tot slot nog iets tegen onze mede AudioFreaks zeggen?”

A: “We leven nog lang en gelukkig.”

Dit artikel is geplaatst door: rdridder

Home