Even terug in de tijd


Juni 2009 door B. Gehakt

 

Even terug in de tijd, een kleine twintig jaar geleden. De telefoon gaat, het is mijn Prof. Hij had een bijzonder verzoek, of ik een keer voor hem naar Hilversum wilde gaan. Hij had namelijk de heer Van der Heide aan de lijn gehad naar aanleiding van een interview op de radio. Het interview ging over bos en hoe wij daar tegenaan kunnen kijken. Dat interview had Van der Heide op een of andere manier zo getroffen dat die via de programmamakers contact had gezocht met mijn Prof. In dat gesprek vertelde Van der Heide over overeenkomsten tussen zijn werk aan geluidsweergave en de visie op bos van mijn Prof. Nu weet mijn Prof. niets over geluidsweergave maar hij wist dat ik mij daar jarenlang mee bezig hield en daarom vroeg hij mij om eens bij Van de Heide op bezoek te gaan.



Zo gezegd, zo gedaan en op een goede dag was het zover. De heer en mevrouw Van der Heide hebben mij uiterst vriendelijk in hun huis ontvangen. Al snel volgde een gesprek over opname en weergave van geluid. Toen demonstreerde Van der Heide eerst een eigen bandopname via de koptelefoon en later een aantal CD’s via een zelfgebouwde transistorversterker en B&W DM5 luidsprekers. Na het beluisteren van deze opnames kon ik maar één ding doen en dat was hem feliciteren. Er bekroop mij een gevoel van thuiskomen. Een geluid dat ik zoveel jaren had gezocht, waarvan ik ergens in mij wist dat het bestond, speelde hier in zijn volle glorie. Pas heel veel jaren later kwam er eens een technicus bij mij thuis luisteren en toen herhaalde zich dit tafereel, vrijwel letterlijk. Dezelfde woorden werden uitgesproken, alleen door andere personen. 

Toen ik Van der Heide ontmoette was audio weliswaar mijn levenslange hobby en passie maar omdat ik had een flink aantal jaren in het buitenland had gewoond en gewerkt was deze hobby op een laag pitje komen te staan. Op dat moment beperkte de hobby zich tot het afspelen van CD´s. De draaitafel en de LP´s zaten bijvoorbeeld nog in de opslag, die namen teveel ruimte in beslag om steeds weer mee te slepen. Ook de apparatuur, soldeerbout en onderdelen lagen stof te vergaren. Op het moment van deze ontmoeting had ik geen idee van de geschiedenis van de ontdekkingen van Van der Heide, van zijn patenten of van zijn eerdere werk als onderzoeker bij het laboratorium van het NOB. Deze ontmoeting zou dat allemaal veranderen en er zouden nog vele ontmoetingen volgen.

 

Na verloop van tijd en veel uitleg nodigde Van der Heide mij uit mee te denken en zelf te experimenteren. Dat laatste heb ik geweten. Hoe vaak niet is het gebeurd dat er na een verbetering van het geluid toch weer iets mis ging, het beoogde resultaat er niet van kwam, de set opnieuw uit elkaar bleek te moeten … ik kan de keren niet tellen. Maar de fascinatie met dit geluid is altijd gebleven. Na verloop van tijd kwam er dan een opmerking van de soort: ‘Heb je dáár wel aan gedacht?’ Dat was meestal niet zo natuurlijk. Achteraf bezien heeft hij mij op deze manier eigenlijk de geschiedenis van zijn eigen ontdekkingstocht laten herleven. Daarbij dient de kanttekening gemaakt dat ik nooit, maar dan ook nooit, dit pad zelf had kunnen ontdekken. Het navolgen was al spitsroedenlopen.

 

Hoe nu is het genoemde geluid te beschrijven? Dat is een lastige materie. Hoe immers beschrijf je de kleur groen als je die niet kent? Daartoe hebben we in de audio enige hulp in de vorm van de referentie aan het oorspronkelijke geluid, maar het gaat hier om de omschrijving van het weergegeven geluid zoals we dat bij Van der Heide konden ervaren en dat ten opzichte van hoe wij dit gewoon zijn te ervaren. Een zeer preciese omschrijving gaf Van der Heide in een artikel in het tijdschrift Prana. Prana? Ja Prana, zo is het en niet anders en daar beschreef hij het als volgt:

 

1.      De bijzondere ervaring alsof men met de werkelijkheid in verbinding staat, zowel objectief als subjectief.

2.      De geluidsbronnen worden in hun oorspronkelijke ruimtelijke posities met het er bij behorende omgevingsgeluid waargenomen of afgebeeld, zowel via de luidsprekers als via de hoofdtelefoon.

3.      De plaatsafbeelding van de geluidsbronnen wordt nauwelijks beïnvloed door de plaats van de luisteraar ten opzichte van de luidsprekers. (Tot nu toe was dit een uiterst kritische aangelegenheid.)

4.      Het voor één van de luidsprekers gaan staan beïnvloedt het klankbeeld op geen enkele wijze.

5.      Het geluid wordt, onafhankelijk van de afstand tot de luidsprekers, overal in de weergeefruimte, een grote kamer, als nagenoeg even sterk ervaren.

6.      De luidsprekers worden niet meer als bron van het geluid waargenomen.

7.      Lage tonen worden buitengewoon natuurlijk en vol weergegeven, ook over relatief kleine luidsprekers. De hoge tonen zijn gaaf en missen een agressiviteit welke bij veel moderne opnamen als afstotend ervaren wordt. Bovendien is een analoge bandopname niet meer rafelig. Dit resulteert onder andere in een buitengewoon natuurlijke weergave van bijvoorbeeld strijkinstrumenten.

8.      De invloed van de toonregeling in een versterker op het geluid is, alhoewel meetbaar, in de waarneming slechts sterk gereduceerd te bespeuren.

9.      De signaal-ruisafstand is zowel in een aangepast als in een identiek niet aangepast circuit, gemeten onveranderd. Bij beluistering is de ruis in het behandelde circuit echter milder en opvallend minder sterk.

10.  Bij beluistering met hoofdtelefoon, wordt behalve 'links en rechts' ook voor en achter' en 'boven en onder' waargenomen en bovendien klinkt muziek niet meer, zoals voorheen in maar nu buiten het hoofd.

11.  Tijdens het luisteren naar deze installatie wordt men geconfronteerd met een geluidsbeleven, waarbij men deel uit maakt van het gebeuren. Voor velen was dit ervaren van 'er bij te zijn', schokkend, vooral ook, omdat het onmogelijk was zich te distantiëren van deze gewaarwording. Men had het gevoel deel te hebben aan twee werkelijkheden, enerzijds het luisteren in een kamer naar een installatie, anderzijds deel te hebben aan een geluidsgebeuren, dat in zijn echtheid onmiskenbaar was en toch irreëel in relatie met de existerende omstandigheden.

 

Bron: Van der Heide, H.J., Waarneming en ervaring van geluid: natuurlijk of elektro-akoestisch? Prana 113, juni/juli 1999, p 75 & 76.

 

Uit ervaring kan ik zeggen dat deze woorden met grote zorg gekozen zijn. De oplettende lezers zal zijn opgevallen dat de punten die Van der Heide in genoemd artikel omschreef sterke overeenkomsten vertonen met ervaringen met gemodificeerde apparatuur zoals die hier op het forum door verschillende leden zijn beschreven. De intensiteit van de ervaring lijkt afhankelijk van de persoon en van de mate waarin de apparatuur is aangepast. Hier maak ik even een uitstapje naar de fotografie om het persoonsgebonden karakter van het ervaren nader van geluid te duiden.

 

Van der Heide hield zich ook bezig met foto’s en dia’s en hij ontwikkelde afdrukken in zijn eigen doka. Hiertoe had hij de camera, de projector en het ontwikkelproces aangepast volgens dezelfde werkingsprincipes die hij in de audio toepaste en ook hier was er sprake van dat mensen een uitzonderlijke beeldkwaliteit hebben ervaren. Die kwaliteit heb ik ervaren. Nu ben ik niet bijzonder visueel ingesteld en daarom kon ik gerust van deze (bijzondere) visuele ervaring weglopen en overgaan tot de orde van de dag. Voor anderen, die wel sterk visueel ingesteld zijn, is dat veel lastiger.

 

Deze verschillende reacties op de visuele ervaring zien we ook terug bij de reacties op de geluidsweergave die Van der Heide wist te bereiken. Ook daar is het voor een aantal mensen mogelijk om er wel iets van te ervaren en toch onaangedaan over te gaan tot de orde van de dag. Bij mijn ervaring van het geluid zoals hij dat wist te reproduceren lukte mij dat niet. Daarmee hoop ik ook duidelijk te maken dat deze specifieke vorm van persoonsgebonden ervaren niet direct te maken heeft met ‘gouden’ oren of met adelaarsogen maar eerder met het talent om bepaalde dingen sterker of minder sterk te ervaren.

 

Ik hoor een aantal lezers al denken: “Nu ook al verbetering van de visuele waarneming? Het hele verhaal wordt mij alleen maar onwaarschijnlijker.” Toch valt dat wel mee. Van der Heide duidde immer op het verschijnsel van de ‘ordeningsinformatie’. Het al dan niet doorkomen of gereproduceerd worden van die informatie zag hij als bepalend voor de zintuiglijke ervaring van kwaliteit. Hij maakte onderscheid in de informatie over de (passieve) zijnstoestand en van de (actieve) processen, waarbij informatie over de actieve processen de verschijnselen bevatten die wij gewoon zijn te meten bij de informatieoverdracht. De ‘ordeningsinformatie’ omvat juist de informatie over de (passieve) zijnstoestand, en is in zijn visie gerelateerd het ervaren van richting, afstand en kwaliteit –zowel bij beeld als bij geluid.

 

Met deze visie heb ik een lange worsteling. Op den duur ben ik dit zelf anders gaan duiden. Zoals ik er nu tegenaan kijk zijn signalen die wij meten de dragers van informatie, maar zij bevatten niet de betekenisgevende informatie zelf. Het gemeten elektrische signaal dat wordt afgegeven door een versterker komt overeen, of zou dat moeten doen, met de uitslag van de luidspreker. De betekenisgevende informatie komt slechts dan naar voren als het signaal in dezelfde vorm aangeboden wordt als het oorspronkelijke signaal. Wij kunnen aan een oscilloscoop niet ‘zien’ welk stuk er speelt en er slechts bezwaarlijk de kwaliteit van duiden, wel kunnen we de signalen willekeurig vaak in elkaar omzetten. Het voert te ver om er in dit kader verder op in te gaan, temeer omdat het verschil in deze visies niet veel uitmaakt voor de ervaring van het geluid van op deze wijze gemodificeerde apparatuur.

 

Wat hier van belang is, is om de mogelijkheid open te houden dat er naast de gemeten signalen een informatiecomponent bestaat die wij niet (kunnen) meten. Dat is overigens minder vreemd dan het lijkt, ons leven zit er vol mee en de moderne natuurkunde al helemaal. Een voorbeeld? Nou, seks bijvoorbeeld. Die kunnen wij minitieus beschrijven en meten in de vorm van het aantal slagen per minuut, de duur en frequentie van het kreunen, of de opgetreden warmte- en vochtverschijnselen. Maar wanneer is er liefde in het spel? Dat laat zich al een stuk lastiger meten en toch weten wij precies wat er bedoeld wordt en kunnen wij de betekenis van het voorgaande precies duiden. Bij het bewustzijn zelf is dat overigens net zo en zonder bewustzijn kan er van waarnemen of ervaren zelfs geen sprake zijn.

 

Als die vermoedde (extra) informatiecomponent een zo duidelijke relatie zou hebben met de weergavekwaliteit die wij kunnen ervaren dan zou het toch eenvoudig moeten zijn om die middels luistertesten eenduidig aan te tonen? Natuurlijk is er geprobeerd twee identieke sets waarvan er één gemodificeerd was naast elkaar te zetten. De ervaring leert dat het verschil eerst duidelijk aanwezig is maar dat het verschil met verloop van tijd lijkt weg te ebben. Van der Heide schreef dit toe aan het ordenende karakter van de omgebouwde set dat zich een baan zocht door de lucht in de luisterruimte en via de elektrische (of andere) verbindingen naar de andere set. Dat merkwaardige fenomeen is op subjectieve wijze bij herhaling en door verschillende waargenomen, overigens voordat onze eerste ontmoeting plaatsvond.


Het duiden, omschrijven en beoordelen van geluidskwaliteit is een lastig dier. Ik zal er iets van beschrijven. Er zijn mensen die een absoluut gehoor hebben. Mogelijk komt dit door een vermogen tot herinnering van de toonhoogte. Er zijn ook mensen, en nu spreek ik uit subjectieve ervaring, die een soortgelijk absoluut gehoor hebben voor akoestiek. Zij horen of een ruimte beter klinkt dan bij een vorig bezoek. Dergelijke capaciteiten kunnen helpen bij het ontwikkelen van apparatuur, vergelijken van veranderingen wordt immers veel eenvoudiger en richtinggevend. Van der Heide gaf aan over een dergelijk gehoor te beschikken. Er zijn mensen die meer horen dan anderen. Als maar één persoon, of een kleine groep personen, iets waarneemt dan kan het werkelijk bestaan. Vergelijkbare fenomenen zijn eerder beschreven, zoals bijvoorbeeld het door één persoon visueel waarnemen en beschrijven van extra ringen rond Saturnus en de draaiing daarvan. Het bestaan van die extra ringen en hun draaiing werd pas veel later door de waarnemingen van ruimtesondes bevestigd.

Geluidskwaliteit gaat over het waarnemen van een geluidsbeeld. Het geluidsbeeld is iets dat tot stand komt door het verwerken van de informatie die meekomt met de trillingen uit de omgeving. Zoveel mensen, zoveel geluidsbeelden zullen er ontstaan en wel van verschillende kwaliteit. Hier bestaat een analogie met muzikaliteit, bij een muzikaal persoon gebeurt er gewoon iets anders bij het horen van een viool dan bij met een niet muzikaal persoon. Dat is een kwestie van talent en talent is een eigenschap die er van buitenaf niet aan waar te nemen is. Dat specifieke talent komt pas tot uiting bij een ontmoeting of confrontatie met hetgeen relatie heeft tot het talent.

Het zou zomaar kunnen zijn dat een goede geluidsinstallatie minder processing vraagt van de luisteraar om tot een goed geluidsbeeld te komen. Een mindere installatie zou hetzelfde resultaat kunnen bewerkstelligen, maar dat vraagt dan meer van de luisteraar. Stel nu dat wij, binnen dit soort aannames, een dubbel blinde proef gaan doen. Voor de eenvoud stellen wij dat de eerste installatie is beter dan de tweede. Wat gebeurt er dan?

 

De proefpersoon ontwikkelt met set 1 een beeld van een bepaalde kwaliteit. Nu wordt hem/haar het geluid van set 2 aangeboden. Lastig misschien, maar met het geluid en de processing die nodig was voor set 1 is het niet zo moeilijk meer om het geluidsbeeld van set 1 weer op te roepen. Wat zegt nu nog een dubbel blinde proef? De bovenstaande vragen en beschouwingen zou ik graag beantwoord zien, of op zijn minst meegenomen zien in de voorbereiding van een dubbelblinde proefopzet die er op gericht is het al dan niet bestaan van de geduide extra informatiecomponent te verifiëren.

 

In de praktijk van het dubbelblind testen blijkt overigens dat deze methode een laag oplossend vermogen kent, het is bij zo’n opzet heel lastig om zelfs maar het verschil tussen luisprekers significant juist te duiden. Deze methode heeft een extra nadeel, om statistisch relevante resultaten te behalen zijn zeer omvangrijke en daarmee inspannende of kostbare proefopzetten noodzakelijk. Dat is eigenlijk heel jammer, omdat juist deze methode objectiveerbare resultaten kan opleveren.

Ik geef dit slechts ter overweging mee voor als je de resultaten van een dubbelblinde proefopzet gaat interpreteren. Het verhaal wordt dan zeer complex. Toch geef ik het mee vanwege vele waarnemingen die niet in tegenspraak zijn met de bovengenoemde mechanismen of mijn kennis van de fysiologie van het horen.

 

Een andere mogelijkheid is om een proefpersoon langere tijd naar ieder van de sets te laten luisteren. Dan komt er over het algemeen een uitgesproken voorkeur (voor deze of gene versterker bijvoorbeeld) uit de proefpersoon naar voren. Helaas is dit niet meer te rijmen met een dubbelblinde proefopzet. Toch zou het dan wel kunnen zijn dat de resultaten van deze methode beter kunnen weergeven wat er in werkelijkheid gebeurt.

Ik geef een voorbeeld. De geluidswaarneming van de muziek uit een keukenradio kan soms geweldig zijn. Hiermee beweer ik helemaal niet dat die keukenradio beter zou klinken dan een goede audioset. Ik weet wel beter, maar het is toch mogelijk dat ik in een bepaalde gemoedstoestand (of iets anders) in staat ben om zelfs van die keukenradio een aansprekend geluidsbeeld te processen. Het is bij mij zelfs zo dat ik van het geluid van een keukenradio kippenvel heb gekregen, net als van het Concertgebouworkest. Het al dan niet krijgen van kippenvel is overigens een objectief waarneembare fysiologische reactie.

In de praktijk is er gekozen voor een andere aanpak waarbij er onderling zeer verschillende sets van forumleden werden omgebouwd en hun reacties afgewacht. Vanaf dit punt zijn alle verhalen en reacties via het forum terug te lezen. Deze aanpak is objectiveerbaar in het aspect van de herhaling en heeft als voordeel dat er steeds meer mensen in alle rust kunnen verifiëren of zij de door Van der Heide genoemde geluidsaspecten ook ervaren. Toch ga ik nu eerst nog even terug naar vóór die tijd.

 

Indertijd heeft Van der Heide deze aanpak nooit gevolgd, daartoe was de door hem ontwikkelde methode minder geschikt. Zijn werkwijze heb ik mogen navolgen en dat heb ik tot een bepaald punt gedaan. Daarna verschoof mijn interesse zich van het verbeteren van de geluidsinstallatie in de richting van het proberen te ontwikkelen van een methode die mogelijk wel geschikt zou kunnen zijn. De eigen set bleef daarom niet optimaal aangepast en is een proeftuin geworden voor deze nieuwe ontwikkeling die het wel mogelijk maakte om verschillende sets in het wild ‘uit te zetten’.

 

Aan het ontwikkelen die nieuwe, alternatieve methode heb ik, samen met forumlid Berret, jarenlang met meer vallen dan opstaan gewerkt. Toen wij eenmaal voldoende vertrouwen hadden in deze nieuwe aanpak heb ik mij ingeschreven op dit forum en zijn de eerste mensen hier eens komen luisteren. Daarna zijn de sets van een aantal leden omgebouwd. De resultaten daarvan zijn nu dus op verschillende plaatsen te beluisteren.

 

Tijdens mijn laatste gesprek met Van der Heide kwamen er twee zaken naar voren. Over de ontwikkeling van de nieuwe methode zei hij: “Dat is heel fundamenteel.” En op de vraag wat hij wilde bereiken met zijn werk was zijn antwoord: “Mooie dingen maken voor de mensen.” Dat nu is wat ik probeer.

 

En de rest is geschiedenis.



Dit artikel is geplaatst door: theo technics

Home